Op deze pagina vind u op alfabetische volgorde een verklarende woordenlijst van de belangrijkste onderwerpen rondom de prostaat en prostaatkanker. Veel van deze woorden komen in de video’s op deze website aan bod. In dat geval verwijst het woord naar het specifieke deel van een video waarin dit thema aan bod komt.

A

Aandrang Het gevoel te moeten plassen.
Abiraterone Is een medicijn dat er voor zorgt dat het lichaam geen mannelijk geslachtshormoon (testosteron) meer aanmaakt. Op dit moment wordt het medicijn meestal ingezet bij patiënten met een uitgezaaide vorm van prostaatkanker, die castratieresistent zijn en waarbij de behandeling met het chemotherapeuticum Docetaxel (+ Prednison) geen effect meer heeft.
Active Surveillance Zie “afwachtend beleid”.
Afwachtend beleid Beleid bij patiënten met prostaatkanker waarbij niet direct een in opzet genezende behandeling (chirurgie of radiotherapie) wordt ingezet, maar waarbij wordt afgewacht. Patiënten wordt nauwgezet gecontroleerd en indien blijkt dat de kanker actief is wordt i.p alsnog overgegaan op een genezende behandeling. Patienten met een PSA kleiner dan 10, een Gleasonscore kleiner dan 7 en hooguit twee biopten biopten waarin kanker zit (PRIAS crieteria), komen in aanmerking voor een afwachtend beleid.
Anastomose Een door de chirurg gemaakte (nieuwe) verbinding tussen twee structuren.
Anti-androgenen Medicijnen die de werking van het mannelijk geslachtshormoon (testosteron) in de prostaatcel direct blokkeren, zonder het testosterongehalte in het bloed te doen dalen.
Anti-hormonale behandeling Behandeling die gericht is tegen de normale werking van hormonen in het lichaam. Bij prostaatkanker is de werking gericht tegen het mannelijk geslachtshormoon (testosteron).
Antikanker effect Het effect van een behadeling dat direct tegen de kankercellen is gericht.

B

Bekkenbodem De bekkenbodem is een groep van spieren, onderling nauw met elkaar verbonden door compact bindweefsel, die de onderkant van het bekken als een schotelvormige plaat afsluit.
Bekkenbodemspier Spier die onderdeel uitmaakt van de bekkenbodem.
Bekkenbodemtraining Training of therapie die erop gericht is de bekkenbodemspieren weer op een bewuste manier te leren gebruiken. Doel is de bekkenbodemspieren aan te spannen en te ontspannen op het moment waarop dat nodig is. Dit gaat meestal onder begeleiding van een gespecialiseerde bekkenfysiotherapeut.
Bestralingsmodaliteiten De verschillende manieren waarop bestraald kan worden, over het algemeen uitwendig en inwendig.
Bestralingsplanningen Vast stellen van het exacte gebied dat bestraald moet worden.
Bestralingssterkte De sterkte van de bestraling veelal weergegeven in het aantal Gry (spreek uit: grey).
Blaashals Uitgang van de blaas.
Bicalutamide Anti-androgeen medicijn (zie ook anti-androgeen).
Biopsie Een biopsie is een medische handeling waarbij een stukje weefsel uit het lichaam verwijderd wordt om onderzocht te worden, veelal door de patholoog-anatoom, met de bedoeling een diagnose te stellen. Het weggenomen weefsel heet een biopt.
Biopteren Medische handeling waarmee een biopt wordt verkregen (zie ook biopsie).
Bijnieren Lees hier meer over bijnieren.
Bloedverdunners Medicijnen waardoor het bloed minder snel stolt.
Bloedwaarde Het niveau waarop een bepaalde stof in het bloed gemeten wordt. Zo kan de bloedwaarde van het PSA 10.000 zijn. Dat wil zeggen dat er 10.000 ng PSA eiwit per ml bloed wordt gemeten.
Borstvorming Groter worden van de borsten. Dit kan het gevolg zijn van het gebruik van anti-androgenen.
Bundel Bij uitwendige bestraling wordt per behandeling gebruik gemaakt van meerder bestralingsbundels. De bestralingsintensiteit varieert per bundel. Met behulp van de techniek (IMRT) waarbij per bestraling gebruik wordt gemaakt van veel bundels met een verschillende intensiteit kan het gezonde weefsel zoveel mogelijk gespaard worden en daarmee de bijwerkingen worden beperkt.

C

Cabacitaxel Merknaam Jevtana. Dit is een chemotherapeuticum. Wordt op dit moment meestal ingezet bij patiënten met een uitgezaaide vorm van prostaatkanker die castratieresistent zijn en bij wie de behandeling met Docetaxel en Abiraterone geen effect meer heeft.
Castratieniveau Men spreekt van castratieniveau indien de spiegel van het mannelijk geslachtshormoon (testosteron) in het bloed lager is dan 50 ng/dl (< 0,7 mmol/l).
Castratieresistent Men spreekt van castratieresistent op het moment dat de prostaatkanker weer actief is (zich meestal uitend in een evidente stijging van het PSA) terwijl patiënten optimaal anti-hormonaal behandeld worden, dat wil zeggen met een LHRH analoog/ antagonist of een operatie hebben ondergaan waarbij beide testikels zijn verwijderd.
Celdeling Een proces waarbij een cel zich opsplitst in twee of meer andere cellen. Celdeling is meestal een onderdeel van de celcyclus.
Celdood Indien cellen in het lichaam sterven (als gevolg van behandeling met hormonen, bestraling of chemotherapie) spreekt men van celdood.
Chemische castratie Als het castratieniveau in het bloed wordt bereikt met behulp van medicijnen (LHRH analogen of anti-androgenen).
Chemotherapie Met chemotherapie wordt de behandeling van kanker met medicijnen bedoeld. Chemotherapie is naast chirurgie en radiotherapie één van de drie pijlers voor de behandeling van patiënten met kanker. Een serie van behandelingen bij elkaar wordt ook wel chemokuur genoemd. Een voor dit doel gebruikt medicijn wordt cytostaticum genoemd. Een cystostaticum voorkomt in het algemeen dat cellen zich kunnen vermenigvuldigen.
Chemotherapeuticum Medicijn dat werkzaam is tegen kanker omdat het de vermenigvuldiging van cellen voorkomt. Voorbeelden van werkzame chemotherapeutica bij prostaatkanker zijn Docetaxel (Taxotere) en Cabacitaxel (Jevtana).
Chirurgische castratie Als het castratieniveau in het bloed wordt bereikt door het chirurgisch verwijderen van de teelballen (testes).
Controle biopsie Als een afwachtend beleid wordt gevoerd, wordt na een jaar opnieuw een echo van de prostaat verricht met het nemen van een biopt. Dit is het controle-biopt. (zie ook biopt, afwachtend beleid, active surveillance).
Coupe Glaasje met daarop een heel dun plakje (prostaat)weefsel dat op een bepaalde manier bewerkt is en dat de patholoog onder de microscoop kan bekijken.
CT-scan Onderzoeksmethode waarbij met behulp van röntgenstralen het menselijk lichaam in doorsnedes wordt afgebeeld.

D

DNA Lees hier meer over DNA.
Docetaxel Chemotherapeuticum dat onder andere werkzaam is tegen prostaatkanker. Wordt op dit moment meestal ingezet bij patienten met een uitgezaaide vorm prostaatkanker die castratieresistent zijn en klachten hebben of waarbij het PSA snel stijgt.

E

Echografie Onderzoeksmethode waarbij met behulp van geluidsgolven structuren en organen in het menselijk lichaam zichtbaar gemaakt kunnen worden.
Echosonde Ook wel echokop of transducer, dat deel van het echoapparaat dat de geluisgolven uitzendt en in direct contact komt met het lichaam.
Emotioneel labiel Het vookomen van oncontroleerbare, snel wisselende, gevoelens en stemmingen.
Enzalutamide Stofnaam MDV3100, een anti-androgeen. Het blokkeert de testosteronreceptor. Op dit moment wordt het medicijn meestal ingezet bij patiënten met een uitgezaaide vorm van prostaatkanker, die castratieresistent zijn en bij wie de behandeling met chemotherapie en Abiraterone niet meer effectief is.
Erectievaardigheid Het vermogen om een erectie te krijgen en vast te houden.
Erectieverlies Indien het niet meer mogelijk is om een erectie te krijgen of vast te houden.
Externe radiotherapie Uitwendige bestraling.

F

Flare fenomeen De situatie waarbij het niveau van het testosteron in het bloed kortdurend heel hoog wordt, direct nadat behandeling met een LHRH analoog is gegeven (zie ook LHRH analoog).
Formaline Middel waarin (prostaat) weefsel gefixeerd wordt.
Fracties De stralingssterkte die per behandeling wordt gegeven. De behandeling van prostaatkanker kan bijvoorbeeld bestaan uit een totale bestralingsdosis van 70 Gry, toegediend in 35 fracties van 2 Gry.

G

Gedifferentieerd De differentiatiegraad van een tumor zegt iets over de groeiwijze. Er wordt onderscheid gemaakt tussen goed, matig en slecht gedifferentieerde tumoren. Goed gedifferentieerde tumoren tonen een weinig agressieve groeiwijze terwijl slecht gedifferentieerde tumoren juist een agressieve groeiwijze laten zien. De diffrentiatiegraad van een tumor wordt door de patholoog vastgesteld bij microscopisch onderzoek van (prostaat)weefsel.
Gefixeerd Het bewerken van (prostaat)weefsel met een bepaalde stof (bv formaline).
Geïndiceerd Aangewezen.
Gleason Score Is een gradatiesysteem voor prostaatkanker. De graad van de prostaatkanker vertelt hoeveel het kankerweefsel verschilt van normaal prostaatweefsel. Kanker met een hogere graad neigt sneller te groeien dan die met een lagere graad. Zij zullen ook eerder uitzaaien. De patholoog beoordeelt elk gebied met kanker met een graad 1 tot 5. De Gleasonscore wordt verkregen door de twee meest voorkomende graden of de meest voorkomende en de hoogste graad samen te voegen. De Gleason score kan dus varieren van 2 (1+1) tot 10 (5+5). Prostaatkanker met een lage Gleasonscore vertonen een minder agressieve groeiwijze en zullen minder snel uitzaaien.
Goudmarkers Kleine goudstaafjes die in de prostaat worden geplaatst. Met behulp van deze staafjes kan bij elke bestraling weer zeer nauwkeurig het bestralingsveld worden bepaald.
Goudstaafjes Zie “goudmarkers”.

H

Her-operatie Indien opnieuw geopereerd wordt.
Hormonale therapie Behandeling die erop gericht is de hormoonspiegels in het bloed te veranderen.
Hormoongevoelige tumor Kankercel die voor zijn bestaan en deling afhankelijk is van hormonen.
Hot flushes Opvliegers die kunnen optreden als gevolg van een hormonale behandeling.

I

Incontinentie Het ongewild verliezen van urine of ontlasting.
Inwendige bestraling Methode van bestralen waarbij radioactieve buisjes in een orgaan (bv de prostaat) worden geplaatst.

J

Jevtana Zie “cabacitaxel”.

K

Kaliumspiegels De hoogte van het kalium in het bloed.
Kapsel Bindweefsellaag die de gehele prostaat oomgeeft.
Katheter Een katheter is een medisch hulpmiddel. Er zijn veel verschillende soorten katheters. Een blaaskatheter is een soepele, holle slang waardoor de urine uit de blaas kan lopen. De katheter blijft in de blaas zitten doordat er een ballonnetje wordt opgeblazen in de blaas. De katheter kan op twee manieren in de blaas worden geplaatst: via de plasbuis of via de onderbuik (suprapubische catheter).

L

Laparascopie Operatiemethode.
Laseroperatie Operatie waarbij gebruik wordt gemaakt van de laser. Bij een laseroperatie aan de prostaat wordt met behulp van de laser het in de plasbuis uitpuilende deel van de prostaat verwijderd.
Lekkage Indien een nieuwe verbinding (anastomose) niet waterdicht is en lekt (bv urine).
LHRH-analoog Medicijn dat er voor zorgt dat het lichaam geen mannelijk geslachtshormoon (testosteron) meer aanmaakt. Bekende merknamen van dit medicijn zijn o.a. Eligard, Lucrin, Pamorelin en Zoladex.
LHRH-antagonisten Medicijn dat er voor zorgt dat het lichaam geen mannelijk geslachtshormoon (testosteron) meer aanmaakt. Bekende merknaam van dit medicijn is Degarelix.
Libido Opwinding.
Lichaamsweefsel Weefsel dat tot het menselijk lichaam behoort. Bijvoorbeeld prostaatweefsel, lymfeklierweefsel, botweefsel, longweefsel etc.
Lymfeklieruitzaaiing Indien kankercellen zich verspreid hebben in de lymfeklieren.
Lymfestelsel Ook wel genoemd lymfevatenstelsel, lymfatischstelsel of lymfatisch systeem. Het stelsel bestaat uit lymfevaten, lymfebanen en lymfeklieren en bevat lymfe dat weer onder andere lymfocyten bevat. Het lymfestelsel speelt een grote rol bij de afweer in het menselijk lichaam.
Lymfevaten Zie “lymfestelsel”.

M

MDV3100 Zie “enzalutamide”.
Metabool Syndroom Een stofwisselingsaandoening. Is een combinatie van hoge bloeddruk, suikerziekte, verhoogd cholesterol en overgewicht. Als tenminste drie van deze aandoeningen zijn aangetoond wordt van een metabool syndroom gesproken.
Metastasen Uitzaaiingen van kanker ergens anders in het lichaam.
MRI-scan Onderzoeksmethode waarbij met behulp van een magnetisch veld afbeeldingen worden gemaakt van structuren en organen van het menselijk lichaam.

N

Neurovasculaire bundel Een anatomische structuur waarin zich de zenuwen en vaten in bevinden.

O

Oncoloog Medisch specialist die bekwaam is in de behandeling van kanker met medicijnen (veelal vormen van chemotherapie).
Ontlastingsfrequentie Het aantal keer dat iemand ontlasting heeft per dag.
Opvliegers Eén van de meest voorkomende bijwerkingen van de anti-hormonale therapie bij prostaatkanker zich kenmerkent door aanvallen van ‘warm worden’ en transpireren.
Osteoporose Het broos worden van de botten ten gevolge van het verlies van botmassa (kalk en andere mineralen) en botstructuur (botbalkjes).

P

Paraffine Stof die gebruikt wordt om stukjes weefsel in te bedden zodat ze tot hele dunne plakjes gesneden kunnen worden die de patholoog onder een microscoop kan bekijken.
Pathologie Ziekteleer, bestudeert het ontstaan en beloop van ziektes. De pathologie kent verschillende vakgebieden waarvan de klinische pathologie er één is.
Patholoog Ook wel klinisch patholoog; een medisch specialist die onderzoek verricht aan weefsels en cellen en op basis daarvan diagnosen stelt.
Primair aanwijzen Als eerste aanwijzen.
Prostaatbiopt Biopt dat prostaatweefsel bevat (zie ook biopt).
Prostaatcarcinoom Prostaatkanker.
Prostaatkapsel De (bindweefsel)laag die rond de prostaat zit.
Prostaatloge Gebied waar de prostaat zich bevindt of bevonden heeft indien deze operatief geheel is verwijderd.
Prostaatverwijdering Het door middel van een operatie geheel verwijderen van de prostaat.
Prostatitis Prostaatontsteking.
PSA Prostaat Specifiek Antigeen. Eiwit dat door prostaatcellen wordt gemaakt en wordt afgegeven aan het bloed.
PSA waarde Het PSA getal.

Q


R

Radicale operatie Indien bij een operatie al het kankerweefsel verwijderd is en er lokaal geen weefsel is achter gebleven.
Rectaal toucher Het door een arts met de vinger via de anus aftasten en onderzoeken van de prostaat.
Robotgeassisteerd RALP: Robot Geassisteerde laparoscopische radicale prostectomie. ‘Kijkoperatie’ waarbij de gehele prostaat wordt verwijderd. De operatieinstrumenten worden door de robot gehanteerd terwijl de operateur de robot bediend.

S

Scrotum De balzak.
Sluitspier Spier die rond de plasbuis of de anus zit en er voor zorgt dat er niet ongewild verlies van urine of ontlasting optreedt.
Sleutelgatmethode Hetzelfde als laparoscopie (zie ook laparoscopie).
Sphincter Sluitspier die onderdeel uitmaakt van de bekkenbodem (zie ook bekkenbodem).
Sterilisatie Operatie met als doel iemand onvruchtbaar te maken. Bij de man gebeurt dit door het doornemen van de zaadleider waardoor de zaadcellen die in de testis worden geproduceerd niet meer aan het sperma kunnen worden toegevoegd.

T

Testosteron Mannelijk geslachtshormoon.
TURP operatie Trans Urethrale Resectie Prostaat; operatie via de plasbuis waarbij het in de plasbuis uitpuilende deel van de prostaat wordt verwijderd. Doel van de operatie is om het plassen weer mogelijk te maken of te vergemakkelijken.

U

Uroloog Medisch specialist die zich bezighoudt met ziekten van de nier, nierleider, blaas, prostaat en de uitwendige geslachtsdelen van de man
Uitwendige bestraling Methode van bestralen waarbij gebruik wordt gemaakt van uitwendige bestralingsbundels.
Uitzaaiing Het verspreiden van kankercellen door het lichaam. Dit kan via de lymfebanen of via het bloed.

V

Vitaliteit Levendigheid.

W

Weefselpijpje Stukje weefsel dat meestal door middel van een biopt wordt verkregen.

X


Y


Z

Zaadblaasjes Liggen achter de urineblaas en staan in verbinding met de plasbuis/prostaat en de zaadleiders. Ze bevatten het sperma (prostaatvocht + zaadcellen).
Zaadcellen Mannelijke voortplantingscellen.
Zoutspiegels De hoogte van het zouf (natrium) in het bloed.